2de generatie bio-brandstof
Biobrandstof:
gaat dat niet ten koste van de voedselproductie? En worden er geen regenwouden voor gekapt? Dat waren inderdaad de nadelen van de 1ste generatie biobrandstoffen.
Maar er is goed nieuws: de productie van sommige vormen van 2e generatie biobrandstof is aanzienlijk gunstiger voor milieu, voedselproductie en CO2uitstoot. En dit proces is nog volop in ontwikkeling, een proces waarbij Gota Verde een inspirerende rol heeft. Een paar verschillen tussen 1e en 2e generatie op een rijtje:
- 2e generatie biobrandstoffen zijn niet aan voedsel gerelateerd. Het wordt gemaakt van houtsnippers, oneetbare gedeelten van voedselgewassen stro, of afval. Voedselgewassen worden veelal op ‘rijkere’’ grond verbouwd. De basisgewassen van 2e generatie biobrandstof doen het vaak goed op armere grond
Bij Gota Verde bijvoorbeeld worden oneetbare zaden uit de Jatropha-plant gebruikt. - Er is minder energie nodig voor productie: de keten van basisgrondstof naar product is korter. Bij Gota Verde gaat het om simpele persing van de Jatrophazaden.
- De CO2 reductie is bij 2e generatie biobrandstoffen aanzienlijk groter dan bij de 1e generatie. Zo wordt bij Gota Verde vrijwel geen kunstmest gebruikt, zodat nauwelijks CO2 vrijkomt in de productieketen. De CO2 balans wordt nóg gunstiger door een uitgekiende persing van het gewas tot olie: vergisting van de perscake levert biogas op.
Gota Verde heeft nog meer voordelen: het is een kleinschalig project van gemengde teelt met voedselgewassen. Bovendien wordt de brandstof uitsluitend lokaal gebruikt en niet voor de export.



